FAQ

Krachtens de Wet betreffende de rechten van vrijwilligers van 3 juli 2005 (B.S. 29 augustus 2005), kan aan de vrijwilligers een forfaitaire kostenvergoeding toegekend worden, zonder dat de kosten bewezen moeten worden en voor zover aan volgende voorwaarden voldaan is:

  • max. 24,79 euro per dag (geïndexeerd bedrag voor 2019: 34,71 euro); 
  • max. 991,57 euro per jaar (geïndexeerd bedrag voor 2019: 1.388,40 euro); 
  • bijhouden van nominatieve lijst met uitbetaalde bedragen; 
  • geen fiscale fiches nodig;  
  • de vrijwilliger mag geen activiteiten uitoefenen in dezelfde vzw in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een aanstelling als statutair personeelslid tenzij de vrijwilliger een volledig andere taak of activiteit uitoefent dan waarvoor hij werd aangeworven als werknemer, zelfstandige of ambtenaar.   

Worden de bovenvermelde bedragen overschreden, dan worden alle vergoedingen in principe onderworpen aan de socialezekerheidsreglementering en zijn deze belastbaar. 

Echter, bedraagt het totaal bedrag van de door de vrijwilliger van een of meerdere organisaties ontvangen terugbetalingen meer dan de bovenvermelde bedragen, dan kunnen deze nog als een reële kostenvergoeding van door de vrijwilliger voor de organisatie of de organisaties gemaakte kosten worden beschouwd, indien de realiteit en het bedrag van deze kosten kunnen aangetoond worden aan de hand van bewijskrachtige documenten.

Voor verplaatsingen in opdracht van de vzw met eigen wagen kan een verplaatsingsvergoeding betaald worden van max. 0,3573 euro per km (geldig vanaf 1.7.2018 t.e.m. 30.06.2019). Een gedetailleerde lijst van de verplaatsingen moet bijgehouden worden in de boekhouding van de vzw. 

De twee systemen van onkostenvergoeding (forfaitaire vergoeding/bewezen reële kosten) kunnen echter niet gecombineerd worden voor dezelfde vrijwilliger in eenzelfde kalenderjaar : er moet een keuze gemaakt worden!

Het is mogelijk om een combinatie te maken van de forfaitaire kostenvergoeding met een terugbetaling van de reële vervoerskosten, en dit voor maximum 2000 kilometer per jaar per vrijwilliger. 

 Deze limiet van 2 000 kilometer geldt niet indien de activiteiten het regelmatig vervoeren van personen betreft. Wanneer meerdere activiteiten worden uitgevoerd, mag de limiet van 2 000 km enkel worden overschreden voor de gereden kilometers in het kader van de activiteit van het regelmatig vervoeren van personen.

De geschenken, zoals bepaald in artikel 19, § 2, 14°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, worden niet in aanmerking genomen voor het bepalen van de forfaitaire en de reële kostenvergoedingen voor de vrijwilligers. Het gaat bijvoorbeeld om: de geschenken in natura, in speciën of in de vorm van betaalbons, geschenkcheques genaamd, als ze een totaal bedrag van 40 euro per jaar per vrijwilliger en 40 euro per jaar voor elk kind ten laste van deze vrijwilliger niet overschrijden en toegekend worden naar aanleiding van het Sinterklaasfeest, Kerstmis of Nieuwjaar.

Nog geen lid van VSDC?
Vraag nu uw lidmaatschap aan