2014 - Review 162
Rechtspraak: gemengde btw-plichtige
Wanneer de btw-plichtige in de uitoefening van zijn economische activiteit ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 WBTW aanspraak op aftrek bestaat, wordt de belasting ter zake van de voor die activiteit gebruikte goederen en diensten in aftrek gebracht naar verhouding van de breuk gevormd door het bedrag van de laatstbedoelde handelingen en het totale bedrag van de door de betrokkene verrichte handelingen (art. 46, § 1 WBTW). Dit is niet geheel conform artikel 17, 5 Zesde Richtlijn (art. 173 Richtlijn 2006/112). Volgens deze Richtlijn heeft men slechts te maken met een gemengde belastingplichtige wanneer goederen en diensten worden gebruikt zowel voor handelingen waarvoor recht op aftrek ontstaat als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek ontstaat. Wanneer er twee activiteiten zijn - nl. één waarvoor recht op aftrek bestaat en één waarvoor geen recht op aftrek bestaat -, is er volgens de Richtlijn niet noodzakelijk sprake van een gemengde belastingplicht. Dit doet zich pas voor zodra er kosten zijn, die betrekking hebben op deze beide activiteiten gezamenlijk. Dit werd bevestigd door het Europese Hof van Justitie in het arrest van 6 april 1995 (C-4/94, BLP Group plc).
Bron: Review 162 - September 2014
Pagina: 6