Bovendien zijn er wettelijke bepalingen die een zekere handelingsonbekwaamheid voorzien. Zo kan een vzw niet zomaar overgaan tot aanvaarding van giften ten bedrage van meer dan 100.000 Euro.
De handelingsbekwaamheid wordt door de rechtspersoon uitgeoefend door middel van zijn organen: het zijn bepaalde fysieke personen die binnen de grenzen van hun functies zich met de rechtspersoon identificeren.
Een rechtspersoon verwerft principieel de mogelijkheid om in eigen naam in rechte op te treden. Anderzijds kan de rechtspersoon zelf ook in rechte worden aangesproken.
De mogelijkheid om een rechtsvordering in te stellen wordt evenwel beperkt door de bepalingen van het Gerechtelijk wetboek terzake, die voor de rechtspersoon een aantal specifieke problemen met zich mee kunnen brengen.
"De rechtsvordering kan niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen".
"Het belang moet een reeds verkregen en dadelijk belang zijn. De rechtsvordering kan worden toegelaten, indien zij, zelfs tot verkrijging van een verklaring van recht, is ingesteld om schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen".
Onder hoedanigheid wordt verstaan dat de eiser de juridische en feitelijke geschiktheid bezit om zich als titularis van een recht aan te dienen en om aldus te handelen. Dit betekent dat de eiser genotsbekwaam en handelingsbekwaam moet zijn.
De rechtspersoon zal geen hoedanigheid hebben, indien hij geen rechtspersoonlijkheid heeft, deze hem ontnomen wordt of niet-tegenstelbaar is aan derden.
Onder belang wordt verstaan dat de eiser baat heeft of kan hebben bij de vordering, al was het een toekomstig recht dat ernstig bedreigd is en waarvan de schending moet worden voorkomen (actio ad futurum). Het vereiste belang kan een moreel belang zijn.