2003 - Review 104
Kerkgebouwen - btw
Kerkfabrieken en de bij Koninklijk Besluit ingestelde beheerraden
bij godsdienstige instellingen van de protestantse,
anglicaanse en Israºlische erediensten worden niet als
belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of
handelingen die zij als overheid verrichten. Artikel 6 van het
BTW-Wetboek bepaalt immers: "de Staat de Gemeenschappen
en de Gewesten van de Belgische Staat, de provincies,
de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen
worden niet als belastingplichtige aangemerkt voor de
werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten,
ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen
rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen."
Bij bovenvermelde instellingen dient bijgevolg een onderscheid
gemaakt te worden tussen de handelingen die zij als
overheid verrichten en deze die zij als private rechtspersoon
verrichten. Handelingen die zij als overheid verrichten zijn
vrijgesteld van BTW op basis van artikel 6 W.B.T.W., terwijl
handelingen die zij als private rechtspersoon verrichten aan
BTW onderworpen kunnen zijn voor zover het BTW-plichtige
leveringen van goederen of diensten betreft ten bezwarende
titel (art.4 W.B.T.W.).
Vaak worden muziekconcerten die een commercieel karakter
hebben, georganiseerd in kerkgebouwen of andere plaatsen
die bestemd zijn voor erediensten. De organisatie van
muziekconcerten is een handeling die onderworpen is aan
BTW voor zover zij ten bezwarende titel wordt verricht door
een BTW-plichtige. Dit betekent dat de organisator van het
concert een BTW-plichtige moet zijn en dat voor het concert
entreegelden moeten gevraagd worden (= ten bezwarende
titel).
Organiseert een religieuze openbare instelling die de vorm
van een VZW heeft aangenomen, regelmatig dergelijke concerten
in Belgiº, dan is deze handeling onderworpen aan
BTW. De organisatie van concerten door de openbare
instelling / VZW kan niet beschouwd worden als een vrijgestelde
handeling gesteld als overheid, maar een handeling
gesteld door de instelling als private rechtspersoon. Vermits
de organisatie van de concerten regelmatig gebeurt en er
entreegelden worden gevraagd, is de VZW BTW verschuldigd.
De door de VZW verschuldigde BTW wordt berekend
over de concertinkomsten die zij als tegenprestatie krijgt.
Artikel 44 § 2, 9 BTW-Wetboek voorziet evenwel in een vrijstelling
voor instellingen die erkend zijn door de bevoegde
overheid en die de inkomsten die zij verkrijgen uit hun werkzaamheden
uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten
van deze werkzaamheden. Is de VZW dus erkend door de
bevoegde overheid en worden de inkomsten uit de entreegelden
enkel gebruikt om de kosten de dekken van de organisatie
van de concerten, dan is de handeling niet onderworpen
aan BTW. De VZW zal op haar entreegelden bijgevolg
geen BTW mogen aanrekenen, en zij zal de BTW op de
kosten die zij voor dit concert gemaakt heeft, niet kunnen
recupereren.
Is de openbare instelling / VZW niet erkend door de bevoegde
overheid, dan kan zij evenwel zelf opteren voor de vrijstellingsregeling
voor zover haar jaaromzet het bedrag van
5580 euro niet overschrijdt.
Bron:
- www.fiscalnet.be, actualiteit van de dag, 31 oktober 2002
- Vr. nr. 1569 Ramoudt, 27 september 2001, Vr. en Antw. Senaat 2001-2002,
bulletin nr. 2-51, 19 maart 2002, p. 2715.
Bron: Review 104 - januari 2003
Pagina: 8