Lauwestraat 166 - 8560 Wevelgem | Tel: 056 410368 | Fax: 056 415774 | Mail: info@vsdc.be | Routeplan
03/02/2010

Vergoedingen toegekend aan vrijwilligers in de sportsector - duidelijkheid fiscale behandeling


In diverse van onze VZW-Reviews kan u nuttige informatie vinden over het vergoeden van onkosten van vrijwilligers.

 

Er bestaan twee systemen: er kan gekozen worden voor een terugbetaling van werkelijke onkosten, of voor het uitbetalen van een forfaitaire onkostenvergoeding.

 

In dit laatste geval is een algemene fiscale regeling van toepassing: De forfaitaire onkostenvergoeding is aan een dubbele maximumgrens onderworpen: max. 30,22 euro per dag en max. 1208,72 euro per jaar (voor 2010). De grensbedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Deze vergoedingen zijn vrij van RSZ en niet belastbaar op voorwaarde dat beide grensbedragen niet overschreden worden. Deze forfaitaire terugbetaling van onkosten kan gecombineerd worden met de terugbetaling van reële verplaatsingskosten tot maximum 2.000 kilometer per jaar per vrijwilliger.

 

Voor bepaalde ploegsporten bestaan er echter andere maxima die kunnen toegekend worden aan de vrijwilligers. Dit is het geval voor voetbal, volleybal, basketbal, hockey en handbal. Er wordt daarbij specifiek afgeweken van de algemene regeling. In vele van deze gevallen betekent dit dat aan bepaalde spelers, trainers, helpende ouders, controleurs, ... slechts een onkostenvergoeding kan toegekend worden, die kleiner is dan degene die voorzien is in de algemene regeling. Bij deze regeling rijzen meer vragen dan dat er antwoorden te vinden zijn in de fiscale circulaires.

 

Bij de centrale diensten van de Administratie werd aldus vastgesteld dat er in de praktijk grote onduidelijkheid heerst over de fiscale behandeling van vergoedingen toegekend aan de vrijwilligers in deze sportsectoren.

 

In de circulaire nr. Ci.RH.241/601.872 (AOIF Nr. 2/2010) dd 06.01.2010 wordt dan ook verduidelijking gegeven. Voor vele van onze leden-sportclubs bevat de circulaire een belangrijk antwoord op hun vele vragen omtrent het vergoeden van de onkosten van hun vrijwilligers.

 

Aanvankelijk nam de Administratie volgend standpunt in:

De algemene regeling (max. 30,22 euro per dag en max. 1208,72 euro per jaar) geldt niet indien er reeds een andere specifieke fiscale regeling bestaat, zoals dat het geval is voor vrijwilligers in de sectoren voetbal, volleybal, basketbal, hockey en handbal. Dit leidt er evenwel toe dat de vrijwilligers in deze sectoren gediscrimineerd worden.

 

De Administratie verduidelijkt nu dat deze uitsluitingsmaatregel in het voordeel van de vrijwillger moet worden geïnterpreteerd: zelfs wanneer een specifieke regeling geldt, mag de vrijwilliger toch de algemene regeling toepassen, indien deze algemene regeling voor hem voordeliger is. 

 

Bijvoorbeeld:

Volgens de specifieke fiscale regeling kan een hulptrainer van de reserve-voetbalploeg in de lagere afdelingen slechts 12,50 euro per wedstrijd krijgen. Volgens de algemene regeling kan hij die dag 30,22 euro ontvangen. De hulptrainer kan nu dus kiezen voor de algemene regeling, omdat dit hem voordeliger uitkomt. Hij moet er wel rekening mee houden dat, indien hij kiest voor de algemene regeling, ook het maximum jaarbedrag van 1208,72 euro niet overschreden mag worden.

 

Belangrijk om weten is nog dat de algemene regeling niet kan gecombineerd worden met een specifieke regeling (de hulptrainer kan dus geen 30,22 euro krijgen + 12,50 euro, maar moet een keuze maken), voor eenzelfde activiteit, gedurende eenzelfde belastbare tijdperk, in hoofde van dezelfde belastingplichtige.