Wat moet gebeuren inzake BTW als de omzet kleiner is dan 5.580 Euro?
9 VRAGEN OMTRENT DE VRIJSTELLINGSREGELING VAN BELASTING VOOR KLEINE ONDERNEMINGEN
Federale
Overheidsdienst
FINANCIEN
Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit
Sector BTW
Uitgave 2003
Wettelijk depot: D12003/07 19/4
WOORD VOORAF
In het kader van de afschaffing van de fiscale grenzen op 1 januari 1993 was het noodzakelijk voor de kleine ondernemingen een vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in te stellen.
Met deze brochure wordt getracht een beknopt maar zo volledig mogelijk overzicht te geven van de werking en de toepassingsvoorwaarden van deze vrijstellingsregeling.
Bijkomende inlichtingen in verband met de toepassing van deze bijzondere regeling kunnen verkregen worden bij het BTW-controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.
1.WAARUIT BESTAAT DE VRIJSTELLINGSREGELING VAN BELASTING?
De vrijstellingsregeling van belasting is van toepassing voor de kleine ondernemingen die leveringen van goederen of dienstverrichtingen doen die bedoeld zijn in het BTW-Wetboek.
Deze regeling ontheft hen voor een groot gedeelte van de fiscale verplichtingen welke normaal aan BTW-belastingplichtigen worden opgelegd.
Zo moeten de kleine ondernemingen die van de vrijstellingsregeling genieten, geen periodieke BTW-aangiften indienen.
Zij mogen ook geen BTW in rekening brengen aan hun klanten voor de handelingen die ze verrichten (levering van goederen of dienstverrichtingen) en zij moeten derhalve geen BTW storten aan de Schatkist. Er kan hen nochtans, in geen enkel geval, aftrek van voorbelasting welke ze aan hun leveranciers hebben betaald, worden toegestaan.
2. WELKE BELASTINGPLICHTIGEN KUNNEN VAN DE VRIJSTELLINGSREGELING GENIETEN?
De kleine ondernemingen die BTW-belastingplichtigen zijn, kunnen, ongeacht hun juridische vorm (fysieke personen, personen- of kapitaalvennootschappen, verenigingen, openbare instellingen, enz.) van deze regeling genieten op voorwaarde dat:
- ze handelingen verrichten die onder de toepassingssfeer vallen van de vrijstellingsregeling
(zie vraag 3); - het jaarlijks omzetcijfer niet meer bedraagt dan 5.580 Euro (zie vraag 4).
3.WELKE ZIJN DE HANDELINGEN DIE ONDER DE TOEPASSINGSSFEER VAN DE VRIJSTELIINGSREGELING VAN BELASTING VALLEN?
In principe kan de rechthebbende van deze regeling alle handelingen verrichten welke zijn bedoeld in het BTW-Wetboek, behalve deze die uitdrukkelijk uit de toepassingssfeer van de vrijstellingsregeling gesloten worden.
Zo worden volgende handelingen uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting:
- overdrachten onder bezwarende titel door toevallige belastingplichtigen van nieuwe gebouwen opgericht of verkregen met toepassing van de BTW evenals op de vestiging, de overdracht of de wederoverdracht van zakelijke rechten andere dan de eigendom op onroerende goederen in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het BTW-Wetboek;
- toevallig verrichte leveringen onder bezwarende titel van nieuwe vervoermiddelen naar een andere Lidstaat;
- de leveringen van landbouwproducten en de landbouwdiensten verstrekt door een landbouwondernemer die aan de bijzondere landbouwregeling onderworpen is;
- de leveringen door een visser van zijn vangst in de gemeentelijke vismijn;
- de leveringen van tabaksfabrikaten (sigaretten, enz.);
- de handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is in België en welke verricht worden door belastingplichtigen die niet hier te lande zijn gevestigd.
Dit omzetcijfer, beperkt tot 5.580 Euro per kalenderjaar, wordt gevormd door het bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, van de handelingen die aan de belasting zijn onderworpen indien ze zouden worden verricht door een belastingplichtige onderworpen aan de normale of aan de forfaitaire regeling met inbegrip van het bedrag van de door het Wetboek vrijgestelde handelingen zoals bvb. handelingen vrijgesteld wegens uitvoer, intracommunautaire leveringen en sommige bank-, flnanciële en verzekeringsverrichtingen.
Er wordt geen rekening gehouden met:
- de overdracht van investeringsgoederen;
- de handelingen die uitgesloten zijn van de vrijstellingsregeling van belasting (zie vraag 3);
- de handelingen die krachtens artikel 44, § 1 en 2 van het BTW-Wetboek zijn vrijgesteld zoals deze verricht door geneesheren, rusthuizen, scholen, enz.;
- de handelingen die krachtens artikel 44, § 3, 30, 12° en 13° van het BTW-Wetboek zijn vrijgesteld zoals de door de auteur of toondichter gesloten contracten voor uitgave van letterkundige werken of van kunstwerken, de leveringen tegen de nominale waarde van postzegels die frankeerwaarde hebben in het binnenland, fiscale zegels en andere soortgelijke zegels, weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen.
Wanneer verscheidene personen in onverdeeldheid of in vereniging een beroepswerkzaamheid uitoefenen, dient er rekening te worden gehouden met het jaarlijks totaalbedrag van de omzetcijfers die ze gezamenlijk realiseren.
Wanneer daarentegen echtgenoten een onderscheiden beroepswerkzaamheid uitoefenen, wordt afzonderlijk rekening gehouden met de werkzaamheid van ieder van de echtgenoten, ongeacht hun huwelijksvoorwaarden.
5. HOE KAN EEN ONDERNEMING GENIETEN VAN DE VRIJSTELLINGSREGELING VAN BELASTING?
Hier kunnen zich twee gevallen voordoen:
- reeds bestaande ondernemingen
De onderneming die tijdens het verstreken kalenderjaar een omzet heeft gerealiseerd die het bedrag van 5.580 Euro, exclusief BTW, niet overschrijdt, en die handelingen verricht andere dan deze welke uitdrukkelijk zijn uitgesloten, zal van rechtswege onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 juli van het volgende jaar.
Niettemin kan de onderneming in dit geval opteren voor het behoud van haar belastingregeling
(normale regeling van de belasting of forfaitaire regeling). - nieuwe ondernemingen
Om van de vrijstellingsregeling van belasting te kunnen genieten, moet de onderneming het omzetcijfer ramen dat ze in de loop van het jaar van oprichting verwacht te realiseren.
Bij de indiening van de aangifte van aanvang van werkzaamheid (doc. nr. 604 A) wordt dit bedrag vergeleken met het omzetplafond, eventueel verminderd naar rato van de exploitatietermijn die loopt tussen het tijdstip waarop de werkzaamheid een aanvang nam en het einde van het kalenderjaar.
De kleine onderneming die onderworpen is aan de vrjstellingsregeling van belasting, kan opteren voor een regeling met betaling van belasting, zelfs indien ze een omzetcijfer realiseert dat 5.580 Euro niet overtreft.
De optie heeft uitwerking bij het verstrijken van de maand na die waarin de belastingplichtige bij een ter post aangetekende brief zijn aanvraag om wijziging heeft verzonden aan het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert. In dit geval zal de belastingplichtige evenwel gedurende ten minste twee volledige kalenderjaren, benevens het jaar waarin de optie uitwerking heeft gehad, onderworpen blijven aan de regeling waarvoor hij opteerde.
7. IS DE WIJZIGING VAN REGELING MOGELIJK IN ANDERE GEVALLEN?
Ja, de wijziging van regeling kan zich ook voordoen in geval van stijging of daling van het door de belastingplichtige gerealiseerde omzetcijfer.
1. overgang van de vrijstellingsregeling van belasting naar de normale regeling of de forfaitaire regeling
Indien, tengevolge van de stijging van zijn omzetcijfer, de belastingplichtige die geniet van de vrijstellingsregeling het omzetplafond van 5.580 Euro overschrijdt, dient hij het bevoegde controlekantoor daarvan in kennis te stellen bij ter post aangetekende brief en is hij ertoe gehouden te opteren voor de normale regeling van de belasting of voor de forfaitaire regeling.
Evenwel, zo de overschrijding van het omzetplafond uitzonderlijk is, behoudt hij het voordeel van de vrijstelling wanneer het bedrag van het omzetcijfer, in de loop van een kalenderjaar, niet hoger is dan 6.138 Euro (d.w.z. het bedrag van het maximaal omzetcijfer, verhoogd met 10 pct.).
Dit geval uitgezonderd zal de belastingplichtige onderworpen zijn aan de normale regeling of, eventueel, aan de forfaitaire regeling, vanaf het verstrijken van de maand waarin het omzetplafond van 5.580 Euro werd overschreden. De belastingplichtige die nagelaten heeft de administratie in kennis te stellen van de belastingregeling waarvoor hij wenst te opteren, zal aan de normale regeling van de belasting worden onderworpen.
2. overgang van de forfaitaire of van de normale regeling naar de vrijstellingsregeling van belasting
Indien tijdens het verstreken kalenderjaar de jaaromzet van een belastingplichtige die niet is onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting, niet meer bedraagt dan 5.580 Euro, is de belastingplichtige van rechtswege aan de vrijstellingsregeling onderworpen vanaf 1 juli van het volgend jaar. Dit alles voor zover de handelingen die hij verricht niet zijn uitgesloten uit de toepassingssfeer van de regeling en voor zover hij zich niet tegen de toepassing van de regeling verzet bij ter post aangetekende brief vóór 1 juni.
De belastingplichtige die reeds vanaf 1 januari van het volgend jaar wenst te genieten van de vrijstellingsregeling van belasting, kan te dien einde een aanvraag indienen vóór 15 december van het lopend jaar. Dit mag hij wanneer zijn exploitatievooruitzichten laten vermoeden dat zijn omzetcijfer (omzet gerealiseerd tijdens de eerste drie kwartalen van het lopend jaar, alsmede een raming van de omzet van het vierde kwartaal) na afloop van het kalenderjaar niet hoger zal zijn dan 5.580 Euro.
8. BRENGT DE WIJZIGING VAN BELASTINGREGELING GEVOLGEN MET ZICH MEE?
De wijziging van belastingregeling impliceert belangrijke gevolgen, naargelang de belastingplichtige van de vrijstellingsregeling van belasting overgaat naar een regeling met betaling van de belasting of, omgekeerd, van de normale of forfaitaire regeling naar de vrijstellingsregeling.
1. Welke gevolgen brengt de overgang van de vrijstellingsregeling van belasting naar een regeling met betaling van de belasting met zich mee?
Het kan nodig zijn, tengevolge van deze wijziging van regeling, over te gaan tot een teruggaaf van belasting in het voordeel van de belastingplichtige die, voordien, genoot van de vrijstellingsregeling.
In dat geval, zal laatstgenoemde, met inachtneming van de bestaande beperkingen:
- de BTW kunnen aftrekken geheven van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die zich nog in voorraad bevinden op het tijdstip van de wijziging in de belastingregeling en van de diensten die op die datum nog niet werden gebruikt;
- voor de nog bruikbare bedrijfsmiddelen, waarvoor de voor herziening vatbare periode nog niet is verlopen (5 jaar of 15 jaar (1) afhankelijk van de aard van het goed) een aftrek bekomen naar verhouding van het aantal resterende jaren van deze periode. De teruggaaf is evenwel afhankelijk van de indiening door de belastingplichtige bij het bevoegde controlekantoor binnen drie maanden vanaf de wijziging van regeling van twee exemplaren van;
- een gedetailleerde inventaris van de voorraad;
- een staat van de bedrijfsmiddelen.
Deze stukken dienen op een gedetailleerde wijze te vermelden; - de goederen en diensten die in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de voor teruggaaf vatbare belasting;
- de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige en het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument;
- de maatstaf van heffing waarover ze met de BTW werden belast; het terug te geven bedrag van de belasting.
- Het recht op teruggaaf wordt uitgeoefend bij het indienen van de aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal na dat waarin de bedoelde stukken bij het controlekantoor werden ingediend.
Bij overgang naar de vrjstellingsregeling dient de belastingplichtige over te gaan tot een herziening van de aftrek (verricht in het kader van de regeling met betaling van de belasting) van de belasting geheven:
- van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling;
- van de voor herziening vatbare en nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan (voor deze bedrijfsmiddelen gebeurt de herziening naar verhouding van het aantal resterende jaren van de herzieningsperiode, 5 jaar of 15 jaar (1)).
Het bedrag van de terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen.
De belastingplichtige dient binnen de maand vanaf de wijziging van belastingregeling twee exemplaren van deze documenten aan het bevoegde controlekantoor te overhandigen waarop volgende vermeldingen voorkomen; - de goederen en de diensten die voor herziening vatbaar zijn;
- de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige, evenals het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument;
- de maatstaf van heffing;
- het bedrag van de terug te storten belasting.
De vrijstellingsregeling van belasting heeft het voordeel dat de verplichtingen van de kleine onderneming inzake BTW tot een minimum worden herleid. Zo moet zij o.a. geen periodieke BTW-aangiften indienen en geen BTW betalen.
Zij mag ook geen BTW in rekening brengen aan haar klanten voor de handelingen die zij verricht.
De kleine onderneming is evenwel gehouden tot naleving van de volgende voorschriften:
- de aangifte van begin activiteit, van wijziging en stopzetting van werkzaamheid in te dienen;
- bij aflevering van facturen of van als zodanig geldende stukken, dient daarop de vermelding te worden aangebracht: "Kleine onderneming onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting. BTW niet toepasselijk.";
- vóór 31 maart van ieder jaar moet de belastingplichtige een opgave indienen van de afnemers-belastingplichtigen waaraan hij in de loop van het voorgaand jaar goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt; deze opgave dient tevens te worden aangevuld met het totaalbedrag van de omzet gerealiseerd in de loop van het voorgaand jaar, indien de belastingplichtige op 31 december van dat jaar de vrijstellingsregeling toepaste. Indien de activiteit werd aangevangen in de loop van dat jaar dient ook het tijdvak te worden opgegeven gedurende hetwelk de activiteit werd uitgeoefend;
- de door haar ontvangen facturen in volgorde bewaren en nummeren, in welk geval zij geen inkomend factuurboek dient te houden;
- de door haar uitgereikte facturen bewaren en nummeren, in welk geval zij eveneens is vrijgesteld van het houden van een boek voor uitgaande facturen;
- een dagboek van ontvangsten houden;
- in voorkomend geval, een tabel van bedrijfsmiddelen houden.



