Hoeveel bedraagt het vakantiegeld ?
Het recht op vakantie en het vakantiegeld in het vakantiejaar worden berekend aan de hand van tewerkstelling van de werknemer in het vakantiedienstjaar (vorig jaar).
Het enkel vakantiegeld is het normale loon dat door de werkgever doorbetaald wordt tijdens de vakantiedagen. Belangrijk : in de privé-sector heeft een voltijdse werknemer die recht heeft op een volledige vakantieregeling 20 vakantiedagen in de 5-dagen-week en 24 dagen in de 6-dagen-week.
Het dubbel vakantiegeld bedraagt 92 % van het bruto-loon van de maand waarin de vakantie ingaat (meestal verrekend met de maand juni). Vanaf het vakantiejaar 99 werd het dubbel vakantiegeld voor de 3e dag ( later + 4de en 5de dag) van de 4e vakantieweek dat vroeger apart betaald werd, geďntegreerd in het wettelijk dubbel vakantiegeld.
Gaat een bediende uit dienst of neemt hij/zij volledig tijdskrediet op, dan moet de werkgever hem het vertrekvakantiegeld uitbetalen. Bij de nieuwe werkgever kan de werknemer zijn recht op verlof (opgebouwd bij de vorige werkgever) laten gelden, maar de nieuwe werkgever brengt het vertrekvakantiegeld in mindering. Dit kan tot gevolg hebben dat de desbetreffende werknemer in de maand waarin het vakantiegeld verrekend wordt, recht heeft op een netto-wedde die een flink stuk lager ligt dan normaal.
Het vertrekvakantiegeld bedraagt 15,34 % (7,67 % enkel vakantiegeld, 7,67 % dubbel) op de totale lonen die in het lopende kalenderjaar werden verdiend. (eventueel ook van het vorige kalenderjaar indien de vakantie waarop hij recht had op basis van prestaties in het vakantiedienstjaar nog niet werd opgenomen).
Daalt de tewerkstellingsbreuk in de loop van het jaar (vb. van 38 u naar 19 u/week, opname 1/5 ouderschapsverlof), dan moet de werkgever in december het vakantiegeld afrekenen alsof de werknemer uit dienst zou gaan.
Voor arbeiders en kunstenaars wordt het vakantiegeld betaald door de vakantiekas.



